ine voets – groene gedachten


Bomen op mijn tijdslijn (2): de iep

iepenzaad met vogel   Iepenzaad 70e straat

De iep: sinds mijn baan als coördinator iepenziektebestrijding voor de provincie Utrecht bij het Staatsbosbeheer – decennia geleden toen nog landelijk geprobeerd werd de iep voor het Nederlandse landschap te behouden – heeft deze boom me weten te bekoren. Toendertijd leek het soms een onmogelijke strijd tegen de schimmel en zijn verspreider de iepenspintkever, maar toch kon het uitvalpercentage flink naar beneden worden gebracht. Enkele jaren later was er geen geld meer en in een rap tempo sloeg de iepenziekte om zich heen: een ramp voor het iepenbestand dat eind jaren ’70 nog uit 5 t0t 6 miljoen iepen bestond die zeer beeldbepalend voor ons landschap maar ook voor steden zoals Amsterdam zijn.

Tja en dan kom je jaren later in een Nijmeegse wijk te wonen die een statige brede, twee-rijige iepenlaan rijk is! Ik zal onze eerste rit op die zomerse dag onder de prachtige brede kronen door, nooit vergeten. Al snel werd me duidelijk dat ook hier de schimmel slachtoffers had gemaakt en maakte. Een iep in een nieuwbouwwijk uit de jaren 70 heeft echter minder status dan een iep langs de Amsterdamse gracht en van een (pro-)actieve bestrijding was amper sprake. Inmiddels is de helft van de toegangslaan die als een hoefijzer door de wijk loopt zodanig getroffen, dat deze het komende najaar niet meer door iepen, maar door elzen zal worden geflankeerd. Gelukkig voor mij zijn de bomen in ‘mijn’ gedeelte van de wijk redelijk gezond totdat… ik vorige week 3 flink aangetaste iepen ontdekte! Jarenlang ging het hier goed en keek ik elke dag met argusogen naar de takken.

Morgen worden ze omgezaagd, de stam en stobbe geschild en de takken en twijgen versnipperd/verbrand; een schril contrast met de feestelijke sfeer die er al weken hangt door het talloze zaad dat onafgebroken als confetti naar beneden dwarrelt. Net als vorig jaar zijn de iepen bruin van het zaad, maar bloeien ook essen en acacia’s als nooit tevoren. Tussen al die uitbundigheid ontdekte ik nog een slachtoffer: een kauw die zich te goed deed aan de nakomelingen van de iep maar ten offer viel aan het verkeer. Drama dus met een feestelijke omlijsting.



Val niet voor haar charmes (3)

Japanse Duizendknoop-theetuin  Japanse Duizendknoop-park2

Op dezelfde dag dat het vaktijdschrift Tuin en Landschap van 23 mei bij mij op de deurmat viel, ontdekte ik de ‘ontsnapping’ van de Fallopia japonica (Japanse duizendknoop). De plant heeft vanuit een particuliere tuin de oversteek weten te maken naar het bos Vogelenzang in Nijmegen, dat wordt beheerd door het Geldersch Landschap. Of het via de wortels – die meterslang worden – of via tuinafval ging is de grote vraag. In elk geval zal hij zich snel bewust zijn van de enorme oppervlakte waarop hij zich kan uitbreiden en zal dit grote gevolgen hebben voor de flora en fauna. Volgens de Tuin en Landschap is Wageningen UR begonnen met onderzoek naar de verspreiding en effectieve bestrijding van deze exoot: onderzoekers werken samen met Stichting Burenhulp Wageningen-Hoog, Greenpoint Advies en de gemeente Wageningen. Fijn! Het is te hopen dat dit aandacht en navolging krijgt van andere gemeenten en natuurorganisaties.

Andere landen waaronder Groot Brittannië zien de ernst van deze ongewenste plaag al langer in en hebben jaren geleden al maatregelen getroffen. Als je erop let, ontwaar je de plant overal: in parken, particuliere tuinen, langs de rails maar ook tussen de rijstroken van een autoweg. De verspreiding gaat razendsnel en niet alleen brengt hij flora en fauna schade aan; hij heeft ook geen enkele moeite met asfalt en funderingen van gebouwen! Belangrijk dus dat – hoe bekoorlijk de Japanse duizendknoop ook is – deze wordt bestreden.

Mijn flyer over de Japanse duizendknoop is te downloaden voor ieder die interesse heeft. Regelmatig deel ik deze uit aan tuinklanten en geïnteresseerden.



Bomen op mijn tijdslijn (1): Spaanse kers

Z in kerseboom  hinten2  xz_kirschen

Bomen: ze hebben een belangrijke plaats in mijn leven en een bijzondere plek in mijn hart. Als de tuin van de klant het toelaat, neem ik tenminste een boom op in het tuinontwerp en niet alleen vanuit praktische oogpunten zoals het dienen als natuurlijke parasol of als scherm tegen inkijk van buren. Bomen zijn speciaal en veel mensen hebben een band met ze: ik ook.

Ga ik terug naar mijn kindertijd, komen gelijktijdig met de herinneringen aan mensen en gebeurtenissen, ook die aan bomen voorbij. De kersenbomen waaronder we speelden, onze vader een zwembadje bouwde, we in hangmatten van oude dekens en gordijnen bungelden, waarin we klommen, bouwsels maakten en… waaronder we met onze kleine emmertjes stonden als vader hoog verheven op een leer stond en af en toe een handjevol kersen naar beneden gooide. Kreeg je een ‘oorbel’ te pakken, dus twee of drie steeltjes aan elkaar vast, was je de koning te rijk! De drie Spaanse kersenbomen in onze achtertuin vormden voor mij als klein kind een avontuurlijke en tevens beschutte wereld. De takken en het bladerdek prikkelden mijn fantasie en de merels zorgden naast hun ongewenste deelname aan de kersenconsumptie, ’s avonds voor een muzikale omlijsting vanaf de hoogste tak.

Onze verrassing was groot, toen we bijna 13 jaar geleden onze nieuwe stek in Nijmegen bezichtigden en een prachtige Spaanse kers in de achtertuin ontwaardden! De kinderen waren al gelijk verkocht en verknocht: de helrode kersen en de prachtige klimtakken waren niet te weerstaan!



Vlijtige zaadwerper

   

Toen ik een week geleden met een vriendin vanaf het dorpje Kekerdom door het natuurgebied Millingerwaard naar de Millinger Theetuin liep, werden we verrast door één grote, enkele meters hoge, roze bloemenzee. Het was enkele jaren geleden dat ik deze wandeling maakte en deze enorme maar vrolijke explosie maakte indruk. De Impatiens glandulifera – oftewel de Reuzenbalsemien – heeft hier zijn naam nadrukkelijk eer aan gedaan! Hij is familie van het Vlijtige Liesje en hun Latijnse geslachtsnaam ‘Impatiens’ betekent ‘haastig/ongeduldig’; ‘Balsemien’ betekent ‘zaadwerper’. Vol ongeduld wachten de zaden op de verlossende aanraking om als een raket weg te schieten. Ik herinner me deze indruksvolle plant nog van de schooltuin bij de tuinbouwschool in Boskoop; vooral de zoetige, weeë geur die ik verschrikkelijk vond. Tja en nu was het waden tussen de kilometerslange, hoge, roze wallen…

De Reuzenbalsemien heeft bladeren die voorzien zijn van nectarklieren – vandaar de soortnaam ‘glandulifera’ die ‘klierdragend’ betekent – en 2 tot 5 cm opvallende grote bloemen die vooral hommels aantrekken, maar ook honingbijen. Hij kwam in 1839 als (éénjarige) sierplant uit Noord-India en Tibet naar de Kew Gardens in Engeland en maakte al gauw de oversteek naar het Europese vastenland om ook daar de harten van menig tuinbezitter te veroveren. Inmiddels zijn er talloze tuincultivars en heeft hij weten te verwilderen en zich in heel Europa te verspreiden langs rivieroevers, meren en moerassige gebieden.

De geur vond ik (gelukkig) minder penetrant dan ik in herinnering had, maar de modderige paden waarlangs hij me enthousiast begroette des te lastiger. Ondanks het heerlijke zomerse weer van de afgelopen weken, was het hier en daar glibberen op de rivierklei. Ik had tijdens mijn Boskoopse tijd niet kunnen beamen dat ik de Reuzenbalsemien nog eens dankbaar zou omhelzen…



Urban beekeeping

Urban beekeeping operahuis Parijs   urban beekeeping Brooklyn

2012 is uitgeroepen tot Jaar van de Bij en deze extra aandacht is broodnodig want de bij wordt wereldwijd met uitsterven bedreigd.

De imker Jean Paucton houdt al 25 jaar bijen op het dak van Opera Garnier in Parijs. In tegenstelling tot de landbouw, gebruiken tuin- en balkonbezitters amper pesticiden en hebben de bijen daardoor veel grotere overlevingskansen dan hun soortgenoten in het buitengebied. Ook is de plantendiversiteit in de stad vaak groter. Frankrijk is drie jaar geleden begonnen met een stimuleringsprogramma voor Urban Beekeeping. Ook New York kent inmiddels imkerijen op het dak en als het aan de Bijenstichting ligt, zijn onze Amsterdamse daken binnenkort ook bevolkt.



Miniatuurtuintjes in Londen

Steve Wheen, ook bekend als ‘the pothole gardener’, transformeert gaten in  straten en trottoirs van Oost-Londen tot miniatuurlandschapjes. Niet alleen om de slechte staat van de straten kenbaar te maken, maar ook om de mensen bewust te maken van de waarde van de groene ruimte.

Hij vult de gaten met tuingrond en zet hierin grassen, planten, bloemen en kleine rekwisieten zoals auto’s, stoelen, picnickdekens, waslijnen en zelfs  miniatuur tennisvelden. Meestal kiest hij doodlopende straten en trottoirs langs rustige straten en verwijdert zijn ‘pothole gardens’ weer als hij er foto’s van heeft gemaakt. Steven Wheen plaatst deze op zijn blog en hoopt dat ze bij zijn bezoekers een glimlach op hun gezicht toveren en er een stukje bewustwording ontstaat.

Neem een groen kijkje: Little Moments of Happiness



Val niet voor haar charmes! (2)

flyer JDflyer Japanse Duizendknoop

Eerder schreef ik over de Japanse Duizendknoop en de consequenties voor tuin, park en natuur. Als ik om me heen kijk, lijkt hij overal op te duiken. Een klant van mij had de plant ook in de tuin en was zich niet bewust van het grote ongemak: slechts 5 stengels stonden bovengronds maar de wortels hadden kans gezien om in enkele jaren tijd zich metersbreed (en diep) over de hele tuin te verspreiden. Het was een nachtmerrie: omdat de tuin opnieuw zou worden aangelegd, moest hij flink op de schop en alle grond heel secuur worden gezeefd totdat geen enkel stengel- of wortelstukje meer te vinden was. Wat mij opvalt is de onbekendheid van deze plant, ook bij collega’s in de groenvoorziening. Onlangs is door Stichting Probos uit Wageningen een boekje uitgegeven: ‘Invasieve plantensoorten – Handreikingen voor het beheer’, waarin naast de Duizendknoop nog vijf andere planten worden beschreven zoals de hemelboom en reuzenberenklauw. Voor ieder die het interesseert heb ik een informatieve flyer gemaakt en hoop ik dat mede door bewustwording, de verspreiding van de Japanse Duizendknoop enigzins wordt geremd.

Download het PDF in hoge resolutie



Val niet voor haar charmes!

    

Frisgroene bladeren, sierlijke bamboe-achtige stengels, een elegante bloeiwijze met ontelbare witte bloempjes van juli tot september, kortom: een charmante verschijning! Maar schijn bedriegt, want het bevallige vrouwelijke exemplaar van de Japanse Duizendknoop (Fallopia japonica, synoniem: Polygonum cuspidatum) gedijt zo goed op onze Nederlandse bodem dat zij een groot gevaar vormt voor onze inheemse flora en fauna en wordt tot één van de ergste invasieve soorten gerekend.

Philipp von Siebold die de plant begin 19e eeuw meebracht vanuit Japan, had geen idee van de consequenties. Vanuit de Hortus botanicus in Leiden werd de Japanse Duizendknoop ook in Engeland geïntroduceerd en daar vormt hij een serieuze bedreiging voor tuin en landschap: zelfs de beroemde Kew Gardens worden ermee overwoekerd! De plant is inmiddels verboden in het Verenigd Koninkrijk. Ook in Nederland duikt de plant steeds vaker op: door gebrek aan natuurlijke vijanden en de enorme groeikracht heeft hij zich hij zich flink kunnen verspreiden. Steeds vaker zie ik hem in tuinen, langs het spoor en in parken staan. Hij wordt de één van de ergste invasieve soorten ter wereld genoemd en is bijna onuitroeibaar. Uit elk stukje wortel of stengel ontstaat snel weer een plant. Hij groeit via scheuren in de fundering van huizen en door asfalt heen! In Engeland en de VS zorgt de Duizendknoop voor miljardenschade bij het bouwrijp maken van grond.

Hij geeft zich niet snel gewonnen en doorgaans is men drie jaar bezig om hem uit te putten. Door elke twee tot vier weken te maaien en het maaisel af te voeren (niet in de GFT-bak of op de composthoop!) hoopt men de plant te verzwakken. En door de grond vanaf het begin van de winter te bedekken met flexibel, niet-lichtdoorlatend materiaal, wordt het hem ook moeilijk(er) gemaakt, maar let op: tot op 7 meter van de afdekking kunnen nieuwe scheuten ontstaan! Ten slotte kunnen chemische producten op basis van glyfosaat worden ingezet, maar ook deze kunnen de plant niet  verdelgen, hooguit verzwakken. Uitgraven van de wortels is een optie maar zeer arbeidsintensief: de wortels kunnen tot op een diepte van drie meter zitten en als er een stukje blijft zitten, ontstaat snel weer een nieuwe plant. Dus tuinbezitters en beheerders van ons groen: wees alert en verwijder hem snel maar wel op de juiste manier!



Behaaglijk!

   

Een heleboel vogels, meestal merels, zagen het eerste daglicht in de hagen rondom mijn ouderlijk huis. Wekenlang heerste er een gezellige topdrukte, waarna het normale tjilpniveau wederkeerde. Hun ouders hadden een grote keuze in de nestlocatie: spaanse aak-, haagbeuk- of ligusterhaag. Of mijn liefde voor hagen uit deze tijd stamt? Gelukkig woon ik een wijk waar de groene erfafscheiding het duidelijk wint van de levenloze, hoge, houten schuttingen die na verloop van tijd nog ziellozer ogen door hun scheefhangen. Hagen geven niet alleen vogels en insecten een thuishaven, ook wij voelen ons geborgen door deze groene, vriendelijke omlijsting.

Het is zo jammer dat er zoveel misverstanden bestaan over de haag: meestal is één keer per jaar knippen voldoende, dus het onderhoud valt best wel mee en het duurt geen eeuwigheid voordat de gewenste hoogte wordt bereikt. Het aanbod in soorten en hoogten is zo groot: voor elk wat wils! Zo heb ik een voorliefde voor de Olijfwilg (Elaeagnus ebbingei) met grijsgroene, aan de onderkant zilvergrijze bladeren, heerlijk geurend in het voorjaar en bladhoudend. Zijn broer de Elaeagnus commutata (Zilverbladige Olijfwilg) is zelfs nog mooier, maar helaas niet wintergroen. Een prachtige haag dus, die weinig eisen stelt en zelfs aan de kust goed gedijt. Maar ook de haagbeuk, beuk, laurier en de vertrouwde liguster kunnen mij nog altijd bekoren en de ‘losse’ hagen met bloeiende heesters en geurende rozen vormen een kleurrijk decor!



Wonderlijke natuur!
juni 20, 2008, 2:52 pm
Filed under: Het landschap | Tags: , , , ,

Spinselmot in wilgen aan de Van Apeterenweg, Nijmegen wilg met spinsel van Stippelmot rupsen van Stippelmot?Spinselmot

De gedaantewisseling van een vlinder is op zich al een wonderlijk, maar als de Stippelmot of Spinselmot zijn eitjes afzet op de takken van de monumentale wilgen langs de Van Apelterenweg in Nijmegen, onstaat er een wonderlijk plaatje! De larven brengen de winter door in de beschutting van de schaal en spinsel, om in mei deze te verlaten. Een enorme wirwar aan spinseldraden wordt gevormd, waarbij alles wordt gevreten wat maar op hun pad komt. En als de larven tot rups zijn verworden, is het laatste groen snel verorberd! Het groen verdwijnt, maar er komt een prachtig zilveren kleed voor in de plaats! Door het net van spinsel, zijn ze beschermd tegen hapgrage vogels zodat ze zich uiteindelijk kunnen ontpoppen tot een klein wit vlindertje met zwarte spikkels. En de bomen? Die verruilen al snel hun tijdelijke sprookjesachtige verschijning voor een nieuw, frisgroen bladerdek!